Schoolbestuur dat langdurig tekort schiet hard aangepakt
Op dit moment kan de politiek slechts toekijken wanneer een school slecht onderwijs geeft en heeft de inspectie nauwelijks middelen om daar verandering in te brengen. De wet ‘Goed Bestuur’moet hieraan een einde maken. Kamerlid van Dijk zegt in een interview in Trouw: “Ik hoop dat wij deze wet nooit hoeven te gebruiken”. Met de wet is het voor de minister mogelijk om in te grijpen wanneer er sprake is van bestuurlijk wanbeheer. Momenteel kan de overheid dit alleen wanneer er iets mis is met ‘burgerschap’of wanneer een school de verkregen rijksbijdrage op een verkeerde wijze besteed. Een goed voorbeeld daarvan is de islamitische basisschool As Siddieq die eind augustus 2009 gekort werd op de bijdrage, vanwege het niet nakomen van de afspraken over burgerschap en integratie.
Uiterste dwangmiddel; sluiting
Door de komst van de nieuwe wet zou de overheid in het uiterste geval kunnen overgaan tot het stopzetten van de bekostiging van een basis- of middelbare school. De reden hiervoor zou aanhoudend slecht onderwijs kunnen zijn. Natuurlijk wordt een dergelijke maatregel niet genomen wanneer dit voor de eerste keer wordt waargenomen maar bij structureel slecht onderwijs kan de Minister hiertoe besluiten. In het geval van een openbare school betekent dit sluiting, bij een bijzondere school wordt er geen geld meer uitgekeerd. Natuurlijk dient zich dan onmiddellijk de vraag aan wat er met de leerlingen van een school gebeurt die door de overheid wordt gesloten. Ook is het onduidelijk wat de juridische gevolgen zijn voor het schoolbestuur dat met deze wet wordt aangepakt. Voor de overheid wordt het tevens mogelijk om bij bestuurlijk wanbeheer enkele of meerdere bestuurders te laten vervangen en kan de overheid de school verplichten een extern deskundige te betrekken bij de reorganisatie van de school.
Kritiek vanuit de achterban
De Vereniging Openbaar Onderwijs vindt dat het wetsvoorstel tekort schiet. “Goed bestuur is méér dan alleen een interventieladder, waarmee kan worden ingegrepen. Bestuurders moeten juist nu investeren in de verantwoording naar ouders, leerlingen en personeel”, aldus de VOO. In de reactie van de Vereniging Openbaar Onderwijs aan de Tweede Kamer wordt een aantal concrete voorstellen voor wijzigingen in de nieuwe wet gedaan. Binnen de politieke partijen wordt de vraag gesteld waarom het dichtdraaien van de geldkraan zou leiden tot verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Zij verwachten dat wanneer de overheidbijdrage wordt stopgezet, de kwaliteit van het onderwijs nog verder achteruit gaat. De SP pleit er dan ook voor om in dat geval de school onder curatele te stellen in plaats van de geldkraan dicht te draaien.
Het CDA en PVDA geloven echter wel dat dit de juiste manier is om onwelwillende schoolbesturen aan te pakken. Het wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat de Onderwijsinspectie aan geloofwaardigheid wint. De nieuwe wet zou tevens moeten waarborgen dat scholen met een negatieve beoordeling niet rustig achteroverleunen en ongestraft op dezelfde wijze doorgaan.
De gevolgen voor bestuurdersaansprakelijkheid
De impact die dit wetsvoorstel met zich meebrengt ten aanzien van de aansprakelijkheid van bestuurders is nog niet geheel duidelijk. Een schoolbestuur zal zich echter terdege bewust moeten zijn van het feit dat bestuurders zich steeds veelvuldiger moeten verantwoorden voor hun daden. Indien u wenst kan Meeùs u op dit terrein adviseren. Maak daarvoor een afspraak met uw Meeùs adviseur. Bel 070-302 89 54 of e-mail uw gegevens naar onderwijs@meeus.com.
Op dit moment kan de politiek slechts toekijken wanneer een school slecht onderwijs geeft en heeft de inspectie nauwelijks middelen om daar verandering in te brengen. De wet ‘Goed Bestuur’moet hieraan een einde maken. Kamerlid van Dijk zegt in een interview in Trouw: “Ik hoop dat wij deze wet nooit hoeven te gebruiken”. Met de wet is het voor de minister mogelijk om in te grijpen wanneer er sprake is van bestuurlijk wanbeheer. Momenteel kan de overheid dit alleen wanneer er iets mis is met ‘burgerschap’of wanneer een school de verkregen rijksbijdrage op een verkeerde wijze besteed. Een goed voorbeeld daarvan is de islamitische basisschool As Siddieq die eind augustus 2009 gekort werd op de bijdrage, vanwege het niet nakomen van de afspraken over burgerschap en integratie.
Uiterste dwangmiddel; sluiting
Door de komst van de nieuwe wet zou de overheid in het uiterste geval kunnen overgaan tot het stopzetten van de bekostiging van een basis- of middelbare school. De reden hiervoor zou aanhoudend slecht onderwijs kunnen zijn. Natuurlijk wordt een dergelijke maatregel niet genomen wanneer dit voor de eerste keer wordt waargenomen maar bij structureel slecht onderwijs kan de Minister hiertoe besluiten. In het geval van een openbare school betekent dit sluiting, bij een bijzondere school wordt er geen geld meer uitgekeerd. Natuurlijk dient zich dan onmiddellijk de vraag aan wat er met de leerlingen van een school gebeurt die door de overheid wordt gesloten. Ook is het onduidelijk wat de juridische gevolgen zijn voor het schoolbestuur dat met deze wet wordt aangepakt. Voor de overheid wordt het tevens mogelijk om bij bestuurlijk wanbeheer enkele of meerdere bestuurders te laten vervangen en kan de overheid de school verplichten een extern deskundige te betrekken bij de reorganisatie van de school.
Kritiek vanuit de achterban
De Vereniging Openbaar Onderwijs vindt dat het wetsvoorstel tekort schiet. “Goed bestuur is méér dan alleen een interventieladder, waarmee kan worden ingegrepen. Bestuurders moeten juist nu investeren in de verantwoording naar ouders, leerlingen en personeel”, aldus de VOO. In de reactie van de Vereniging Openbaar Onderwijs aan de Tweede Kamer wordt een aantal concrete voorstellen voor wijzigingen in de nieuwe wet gedaan. Binnen de politieke partijen wordt de vraag gesteld waarom het dichtdraaien van de geldkraan zou leiden tot verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Zij verwachten dat wanneer de overheidbijdrage wordt stopgezet, de kwaliteit van het onderwijs nog verder achteruit gaat. De SP pleit er dan ook voor om in dat geval de school onder curatele te stellen in plaats van de geldkraan dicht te draaien.
Het CDA en PVDA geloven echter wel dat dit de juiste manier is om onwelwillende schoolbesturen aan te pakken. Het wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat de Onderwijsinspectie aan geloofwaardigheid wint. De nieuwe wet zou tevens moeten waarborgen dat scholen met een negatieve beoordeling niet rustig achteroverleunen en ongestraft op dezelfde wijze doorgaan.
De gevolgen voor bestuurdersaansprakelijkheid
De impact die dit wetsvoorstel met zich meebrengt ten aanzien van de aansprakelijkheid van bestuurders is nog niet geheel duidelijk. Een schoolbestuur zal zich echter terdege bewust moeten zijn van het feit dat bestuurders zich steeds veelvuldiger moeten verantwoorden voor hun daden. Indien u wenst kan Meeùs u op dit terrein adviseren. Maak daarvoor een afspraak met uw Meeùs adviseur. Bel 070-302 89 54 of e-mail uw gegevens naar onderwijs@meeus.com.
- Actueel
- 06-11-2011
- Doe mee voor Right To Play
- 06-11-2011
- Tips voor een onbezorgde zomer
- 08-11-2011
- Verhoogd risico voor bestuurders
- 06-11-2011
- Hoe borgt u de gezondheid en veiligheid?
- 06-11-2011
- Innovatie om het lezen te bevorderen
- 06-11-2011
- Tussenschoolse opvang
- Naar nieuwsarchief



